
Op 19 maart 2025 was Julie Van Kerckhove (Aardewerk & Archeologie) in het Flipje en Streekmuseum om een lezing te geven over haar herkomstonderzoek naar Romeins aardewerk, dat is opgegraven op verschillende plekken in en om Tiel. Zij vraagt zich in deze lezing af of we Caesar moeten geloven. Heeft hij inderdaad de lokale bevolking in de pan gehakt? In de regio Tiel (het Gelderse Rivierengebied) zijn traditionele en nieuwe technieken gebruikt om het aardewerk te onderzoeken en zo een bijdrage te leveren aan dit debat.
Rond het jaar 0 viel het leger van Julius Caesar het gebied binnen dat we nu als Nederland kennen, waarna het veroverde gebied onderdeel werd van het Romeinse Rijk. Caesar schreef in één van zijn verslagen hoe zijn leger hierbij de gehele bevolking van de Betuwe had gedood. Er zijn geen andere geschreven bronnen uit die tijd die dit bevestigen of tegenspreken, maar recent onderzoek heeft nieuwe ideeën opgeleverd.
Voor het onderzoek zijn zo’n 12.000 scherven onderzocht die specifiek afkomstig zijn uit boerderijen die bewoond werden gedurende Caesars aanwezigheid in de Betuwe. Deze scherven zijn gevonden tijdens vier archeologische opgravingen: Medel-De Reth, Medel-Rotonde, Oude Tielseweg en Passewaaijse Hogeweg. Waar men aardewerk van Romeinse makelij vooral gewend is als gedraaide luxewaren, meegebracht door de Romeinse nieuwkomers, bleek het geïmporteerde aardewerk allemaal handgevormd te zijn. Waar komt dit eenvoudige aardewerk vandaan, dat wel door deze ‘vroegste Romeinen’ van de Betuwe werd meegenomen?
Van de onderzochte scherven zijn er van 74 stuks monsters genomen voor een verdere natuurwetenschappelijke analyse. Hierbij zijn per scherf drie verschillende methoden gebruikt:
- Opnieuw bakken van het aardewerk. De manier waarop het kleur- en smeltverloop plaatsvindt, hangt samen met de kleisoort van het aardewerk. Een verschil in dit proces betekent dus ook verschillende herkomstgebieden van de gebruikte kleisoorten.
- Door te kijken naar de aanwezige mineralen in het materiaal kan achterhaald worden waar dit vandaan komt, omdat ook de opbouw van materialen locatieafhankelijk is.
- WD-XRF röntgentechniek. Hierbij wordt een stukje van elke scherf verpulverd zodat hier chemische metingen op kunnen worden uitgevoerd. Hierbij kan worden achterhaald wat de chemische samenstelling per scherf is.
Uit het onderzoek kwam naar voren dat een deel van het aardewerk oorspronkelijk afkomstig is uit Groningen, Friesland en het West-Nederlandse kustgebied (Den Haag e.o.), maar dat het overgrote deel uit de regio rondom de Lippe (Duitsland) komt. Zo werden er in de slijpplaatjes samenstellingen ontdekt die alleen in de Lippe-regio voorkomen. Waar aardewerk uit de Late IJzertijd herkenbaar is aan de verschillende stijlen die per regio werden gebruikt, ligt dit voor het Romeinse aardewerk uit Tiel anders. Er werden namelijk scherven gevonden uit Duitsland met Friese stijlkenmerken, en aardewerk uit Groningen met stijlen die juist kenmerkend waren voor het West-Nederlandse kustgebied.
Zou het kunnen dat Friese militairen die gelegerd waren aan de Lippe op een bepaald moment naar Tiel zijn verplaatst? En klopt het dan toch dat Caesars troepen de originele bevolking van de Betuwe hebben uitgemoord? Er valt nog veel te ontdekken, maar in ieder geval blijkt uit dit onderzoek dat de eerdere bewoners van de Betuwe inderdaad zijn verdwenen.
Bekijk ook de animatie die naar aanleiding van dit onderzoek is gemaakt:
Julie Van Kerckhove
Julie Van Kerckhove is in 2002 afgestudeerd in Gent en werkt sindsdien in Nederland als Aardewerkspecialist. Aanvankelijk werkte ze bij het opgravingsbedrijf VUhbs Archeologie; in 2010 startte zij aan de VU haar proefschrift over het Romeinse aardewerk van de villa van Hoogeloon en sinds 2017 heeft zij haar eigen bedrijf Aardewerk & Archeologie.


