Expositie Slavernijverleden Tiel

Het Tielse Slavernijverleden zichtbaar gemaakt

In de stijlkamer is een expositie van het Tielse slavernijverleden te zien. Want ook in Tiel zijn sporen te vinden van het Slavernijverleden: verschillende Tielse families waren direct en indirect betrokken bij koloniale slavernij of profiteerden hiervan. Jacoline Zilverschoon zegt daarover: “De koppeling met de locatie is daarbij duidelijk: een groot deel van de hoofden van deze families waren lid van de Groote Sociëteit van Tiel, ook nu nog gehuisvest in het pand van het museum. Zo komt de geschiedenis weer bij elkaar. Het museum als maaklocatie is dus een hele logische keuze.”

 

Project “Draden van ons Nederlands Slavernijverleden”.

In de stijlkamer werken vele vrijwilligers de komende weken aan een deel van een 35 meter lang wandtapijt, onderdeel van het Gelderse tapijt. In totaal worden er in het hele land 12 van deze tapijten gemaakt, in iedere provincie één.

 “Wij zijn er trots op dat wij locatie zijn voor het maken van een deel van het Gelderse tapijt” zegt Jacoline Zilverschoon, directeur van het museum, glimlachend: “Dit project is een idee van Ricardo Burgzorg. Ooit begon hij in Groningen met het maken van het eerste wandtapijt. Dat was zo’n succes dat het project werd voortgezet in alle Nederlandse provincies – elke provincie maakt een eigen wandtapijt. Toen wij gevraagd werden om op onze locatie een deel van het Gelderse wandtapijt te maken, hebben we natuurlijk volmondig ja gezegd! Het bijzondere van dit project is dat we uiteindelijk niet alleen een heel mooi tapijt maken, maar ook dat tijdens het maakproces persoonlijke verhalen loskomen. En dat de verhalen die in het tapijt verwerkt zijn, worden doorverteld. Zo verbinden de draden in het tapijt ongemerkt de verhalen van toen met de mensen van nu.”

Het Gelderse wandtapijt is ontworpen door beeldend kunstenaar Richard Kofi. Het ontwerp is geïnspireerd op de mythe van Drexciya en ‘het geheugen van water’. In het ontwerp zijn verschillende sporen van het Gelderse slavernijverleden verwerkt, waaronder Huis Zypendaal en Anna van Vossenburg, Kasteel Rosendael en Quaco, en de verhalen van Christina Martha en Roosje op de Molukse Ambonse en Banda eilanden.

Tot en met december 2025 wordt in het Flipje en Streekmuseum in Tiel gewerkt aan het Gelderse wandkleed. Iedereen kan deelnemen en meehelpen borduren, haken, breien, quilten, vilten en punchen.

Tot en met december 2025 kun jij geschiedenis schrijven met naald en draad in het Flipje en Streekmuseum Tiel.

Hoe breng je geschiedenis tot leven? Door samen verhalen te verbeelden en te verweven. Onder begeleiding van textielcoaches en vrijwilligers kun je bijdragen aan het wandkleed. Door mee te borduren, haken, breien, quilten, vilten of punchen maak je het verleden tastbaar en geef je betekenis aan de doorwerking ervan in het heden. Neem deel aan een bijzonder kunstproject dat verleden en heden samenbrengt: een indrukwekkend monumentaal wandkleed naar ontwerp van kunstenaar Ricard Kofi. Dit unieke kunstwerk maakt deel uit van het landelijke project “Draden van ons Nederlands Slavernijverleden”. 

Wil je meewerken? Klik hier voor meer info.

Sporen van het slavernijverleden in Gelderland

Slavernij en kolonialisme zijn diep verweven met de geschiedenis van Gelderland. Al in 1594 vervoerde een Zutphense koopman mensen in slavernij naar Kaapverdië. Hoewel Gelderse steden geen eigen VOC- of WIC-kamers hadden, waren Gelderse bestuurders wél actief als bewindhebbers en investeerders in deze koloniale ondernemingen. Met winst uit slavernij en dwangarbeid werden buitenplaatsen als Ampsen, Middachten en Rosendael uitgebreid. Soms werkten daar ook Afrikaanse bedienden, van wie slechts enkelen bij naam bekend zijn. De sporen van dit verleden vinden we in archieven, schilderijen én in onze samenleving van vandaag: nazaten van zowel tot slaaf gemaakten als slavenhouders wonen nu in Gelderland.

Bij de afschaffing van de slavernij in Nederlands-Indië in 1859 en in Suriname en de Antillen in 1863 ontvingen slavenhouders een schadevergoeding, de vrijgemaakten kregen niets en moesten in Suriname zelfs nog tien jaar verplicht op de plantages blijven werken. Gelderland was bovendien thuisbasis voor teruggekeerde kolonialen, KNILmilitairen en koloniale instellingen. Het koloniale verleden is dan ook niet ver weg – het zit in onze namen, gebouwen, geschiedenis én in ons heden. De geschiedenis van slavernij is groten deels opgetekend door de machthebbers: slavenhandelaren, koloniale bestuurders en plantage-eigenaren. De stemmen van tot slaaf gemaakte mensen zijn zelden hoorbaar.

Toch zijn er sporen – in archieven, op kaarten, in herinneringen. Kleine fragmenten die, met kennis en zorgvuldigheid, kunnen worden samengebracht tot één verhaal. Zoals dat van Anna van Vossenburg, van wie we alleen iets weten via de papieren van haar eigenaars. Het is zoeken tussen de regels, maar juist daarin ligt de kracht: om mensen een gezicht en een stem terug te geven.